Twee duizend stukjes staal
Ik was zojuist door de achterdeur
de ziekenkamer binnengekomen waar Leo en zijn moeder zaten te praten bij het
bed van de vader, die al vele jaren bedlegerig was.
‘Dit is Theresia, Leo’, zei zijn moeder. ‘Dit is een non.’
En tegen mij: ‘Theresia, dit is Leo, dit is mijn nozem. Leo is kunstenaar.
Hij maakt beelden. In sommige parken kun je ze zien.’
De ogen van de kunstenaar en die van mij tastten elkaar af.
‘Heb je wel eens een Maria Magdalena gemaakt?’ vroeg ik.
‘Ik neem geen bestellingen aan!’
‘Hoorde jij me dan een bestelling doen?’
‘Nee. Sorry… Hoewel, het heeft wel iets; ik vind Maria Magdalena een van de
grootste figuren uit de Schrift.’
Nog geen week later ontving ik het volgende e-mailbericht:
Beste Non,
Ik heb dit weekend gewerkt aan een knielende Maria Magdalena. Ben er zelf
nogal tevreden over. Hoop haar vandaag af te krijgen.
Groet,
Een hoogachtende Nozem.
Drie dagen later kwam ik erachter
dat Leo het beeldje voor mijzelf had gemaakt.
Hij maakt vaak beelden waarin het lichaam ontbreekt; de kleding of de
houding geeft de kijker de ruimte om zijn/haar beeld te beleven. Bij mijn
Maria Magdalena zie je alleen een mantel met kap. Voor deze figuur heeft hij
er echter twee wezenlijke lichaamselementen bijgevoegd. Ze maken het beeld
halfcompleet maar wel spannender, namelijk armen en handen die de actie
symboliseren waarmee Maria Magdalena zich in de Schrift heeft onderscheiden,
en loshangend haar dat haar in de symboliek herkenbaar maakt. Het gezicht
ontbreekt in de kap, want – aldus Leo- ‘Ik zou het niet aandurven een
onwaarschijnlijk zuiver persoon te kort te doen; ik laat dit over aan ieders
mooiste verbeelding.’
Hierboven zie je haar: Maria Magdalena uit twee duizend stukjes staal die aaneen zijn gesoldeerd. Het beeldje is me zeer dierbaar.