Maria Magdalena in een 12de Eeuws Psalmboek

Dit is een heel merkwaardige schildering. Iemand moet hebben rondgelopen met het idee ervoor, want wat je hier ziet is op de eerste plaats een idee, een verwerking van enkele zinnen uit de evangeliën. Iemand heeft beter gelezen dan de meesten van ons doen, heeft het ver dragende karakter beseft voor de kerk, de gemeenschap van volgelingen van Jezus. Heeft de woorden die Jezus sprak tot Maria Magdalena welbewust geplaatst in deze context, die van de latere kerk.
De schilder zal erover gesproken hebben met medebroeders en zeker met de opdrachtgever of - geefster, degene waarvoor hij het getijdenboek aan het verluchten was, en heeft toen met ongelooflijk geduld en een uiterst fijn penseel de schildering gemaakt. De bladzijden van die Middeleeuwse getijdenboeken waren niet groot, ik schat 10 bij 15 centimeter; ik heb er verschillende in mijn hand gehad en heb er een kunnen bestuderen en ben me dus terdege bewust van de moeilijke taak die de schilder zich heeft gesteld, van het geduld waarmee hij moet hebben gewerkt..

Dit is een afbeelding die aangeeft waarom de vroege kerk Maria Magdalena de Apostel van de Apostelen noemde. Apostel betekent Gezondene. Zij is een door Christus gezondene (Joh 20:17). Je moet daar de implicaties eens van doordenken. Gezonden te zijn door Christus zelf. Geen paus of bisschop die je verbieden kan te zeggen wat je zeggen moet. Op de afbeelding geeft Maria Magdalena duidelijk haar instructies door en Petrus maakt het teken dat hij de boodschap accepteert.

Welbewust heeft de kunstenaar slechts elf apostelen geschilderd, het gaat dus over het allereerste begin, er is nog geen structuur gecreëerd door de Twaalf. Toch zijn die apostelen al geplaatst in een kerkelijke omgeving, voorzien van symbolen van hun taken, dragen bijvoorbeeld een boek, zullen later gaan schrijven of de Schrift verklaren. Maar eerst moeten ze luisteren naar de boodschap van de vrouw: dat de Gezalfde niet dood is maar dat Hij leeft. 
Ik wil hierbij opmerken dat de vrouwen die daags na de graflegging van Jezus bij Maria Magdalena waren, eveneens zijn gezonden met een heel specifieke boodschap (Matt. 28:5-7). Dat voor hen dus ook dat apostel zijn geldt.

Maar wat doet de kerk na de eerste duizend jaar? Zegt dat vrouwen niet gezonden kunnen worden, niet gewijd. Vóór die tijd werden er juist heel veel vrouwen gewijd, de meesten als diakens. Niet verwonderlijk, want tijdens de drie jaar van Jezus' optreden worden ze door Lukas geschilderd als mensen die vanuit hun eigen vermogen ondersteunend zijn, helpend, dienend.
In de liturgieboeken van het Vaticaan en van andere grote bibliotheken treft men de wijdingsgebeden aan, voor mannen en voor vrouwen min of meer dezelfde.
Kijk maar eens op http://www.womenpriests.org/nl/traditio/deaconshow_nl.htm